Plunderaars duiken gretig naar schatten in Noordzee



Plunderaars duiken gretig naar schatten in Noordzee

Het plunderen van scheepswrakken op de zeebodem neemt steeds grotere vormen aan. Professioneel uitgeruste duikers zijn uit op koper en lood, maar ook op kostbare archeologische objecten. Die dreigen verloren te gaan.

 

Het Nationaal Waterplan kijkt vooruit naar 2021, maar neemt nu nog geen maatregelen. Het beschrijft de wrakken op de bodem van de Noordzee als 'tijdcapsules' die belangrijke kennis bevatten over het verleden en stelt vast dat dit materiaal wordt bedreigd.

 

Wrakken, ook op grotere diepte, worden steeds beter bereikbaar doordat opsporings- en bergingstechnieken steeds geavanceerder worden. Volgens een schatting van VN-organisatie Unesco ligt 90 procent van de vindplaatsen onder water inmiddels binnen het bereik van duikers. Unesco hamert al jaren op de kwetsbaarheid van de duizenden wrakken op de Nederlandse zeebodem.

 

Geldelijk gewin

Bij oudere schepen zijn sommige duikers uit op de kostbare lading, of op archeologische objecten zoals kanonnen. Bij nieuwere schepen gaat het om het metaal in de wrakken, koper en lood bijvoorbeeld. Dat is zo veel geld waard dat er duikers zijn die er hun dagelijks werk van maken. "Die trekken zich nergens iets van aan", zegt voorzitter Ben Stiefelhagen van de Nederlandse Stichting Duik de Noordzee Schoon. "Ze zijn alleen maar uit op geldelijk gewin en maken alles kapot."

 

Wrakduiker Hans Eelman uit Texel is het daar absoluut niet mee eens. De hobbyduikers doen goed werk, zegt hij: "Veel onderdelen van wrakken vergaan onder water, bijvoorbeeld omdat ze door paalwormen worden aangevreten. Wrakken vergaan, tenzij mensen ze veiligstellen." Door de omstandigheden  in de Noordzee (zoals sterke stroming, ...) vergaan wrakken sowieso sneller dan op andere plaatsen.

 

Door hem en andere duikers naar boven gehaalde kanonnen staan in Kaap Skil, het Maritiem Museum van Texel. "Dat is leuk voor de toeristen, en goed voor Texel. De duikers die de Nederlandse overheid als 'plunderaars' betitelt, zijn geen amateurs. Ze onderzoeken wrakken uit interesse. Als ze lood of koper tegenkomen, nemen ze dat mee. Dat kunnen ze dan verkopen om de brandstofkosten van zo'n trip te dekken."

 

"Van ons allemaal"

Stiefelhagen van Stichting Duik de Noordzee Schoon maakt gehakt van deze redenering: "Stel dat ik met de auto naar een bos rijd en daar wat bomen omzaag. Dan verkoop ik het hout om de benzinekosten te dekken. Dat slaat natuurlijk nergens op. Net als het bos is de Noordzeebodem van ons allemaal."

 

"Voor de kust van Scheveningen liggen drie Engelse oorlogskruisers, gezonken in de Tweede Wereldoorlog waarbij 1500 soldaten zijn gestorven. Er zijn daar nog menselijke resten, maar die wrakken worden gewoon gesloopt. Hoe zouden we het vinden als dat op het vaste land gebeurt?"

 

Hoe vaak dit soort plundering precies voorkomt, is niet bekend. Strenge wetgeving om het verschijnsel tegen te gaan is er niet en bovendien ontbreekt het aan toezicht, zegt de Nederlander Stiefelhagen. Unesco stelt dat plunderaars vrij spel hebben. "Veel vaker dan op land is onderwatererfgoed doelwit van schatgravers."

 

En voor alle duidelijkheid, niet alle duikers die in de Noorzee op wrakken duiken nemen dingen mee. 

Bron: HLN 31/12 via License2Publish - 31-12-2015

Comments

Heb je al een account op scubaduiken.tv? Meld je aan

Heb je nog geen account? Schrijf je comment hieronder:

 

Karel de RuyterDie Stiefelhagen is een vuile gluiperd die zn eigen duikplezier en projectjes met subsidies van her en daar kan blijven doen zolang ie anderen kan dwarsbomen zodat deze als plunderaars worden bestempeld. Deze gluiperd denk dat oud nieuws geen nieuws is???? Erg makkelijk foto's te vinden die door mister Stiefelhagen zelf trots zijn geplaatst waarbij hij "geplunderde" spullen van de Tubantia, in 1916 voor de kust van Zeeland getorpedeerd, toonde in de kranten. Tot op de dag van vandaag doen geruchten de ronde over het goud en juwelen van de Duitse keizer die zich aan boord bevonden, toen de Tubantia op 16 maart 1916, 's nachts om 2.20 uur, door een Duitse U-boot werd getorpedeerd. Verhaal gaat dat er veel goud en juwelen van de duitse keizer aan boord waren waar Ben Stiefelhagen vast naar op zoek is gegaan... de pot verwijt de ketel... gluiperig figuur.

2016-01-01 - 21:34u



Lees ook