Tips om je drijfvermogen onder controle te krijgen



Vind je deze video leuk? Klik hiernaast. Dank je ;-)
Sponsored by

Uittrimmen en zweven zijn zonder twijfel de moeilijkste duikskills die je onder de knie moet zien te krijgen. Maar eens je ermee weg bent, maken ze duiken een stuk leuker. Johan van DIVEadventures geeft praktische tips, die ook voor meer ervaren duikers nuttig zijn om te controle over je drijfvermogen te verbeteren.


19-08-2015 -  by Kevin Van der Straeten

Comments

Meld je hier aan om te reageren 





Transcript

Uittrimmen en zweven zijn zonder twijfel de moeilijkste duikskills die je onder de knie moet zien te krijgen. Maar eens je ermee weg bent, maken ze duiken een stuk leuker. Johan van DIVEadventures geeft praktische tips, die ook voor meer ervaren duikers nuttig zijn om te controle over je drijfvermogen te verbeteren.

 

Dag Johan, welkom in de studio.  

 

Dag Kevin.  

 

Vandaag gaan we het hebben over de geheimen om perfect te leren zweven, wat toch eigenlijk vrij essentieel is in het duiken.  

 

Absoluut, ja.  

 

Maar hoe doe je dat nu? Want er zijn zoveel mensen die het daar zo moeilijk mee hebben.  

 

Inderdaad, het perfect uittrimmen is toch één van de belangrijkste basiseigenschappen van het duiken eigenlijk. Waarom? Logischerwijs: als er een koraalbodem is dat je niet mag raken is het natuurlijk belangrijk dat je erboven blijft. En we merken dus bij heel veel beginnende duikers dat dat nog een groot probleem is. Het uittrimmen zijn eigenlijk drie belangrijke pijlers. Het rust op drie pijlers. Dat zijn namelijk wat wij noemen 'de trim', of het perfect horizontaal hangen. Dus de positie van het lichaam in het water eigenlijk. Dat is één pijler. Een tweede pijler is dus de loodverdeling of het aantal kilo's lood dat je mee hebt. Dat bepaalt ook het drijfvermogen. En het laatste en toch ook heel belangrijk is: de ademhaling, dus die moet een beetje verschillen van wat we normaal boven water eigenlijk doen.  

 

Oké, maar laten we eens inzoomen op die drie aspecten.  

 

Ja, dus we gaan beginnen misschien met de horizontale trim. Het uittrimmen dus. De bedoeling is zoals een wielrenner of een racewagen. Dus om weinig weerstand te hebben, moet je je positie zo horizontaal mogelijk houden. Het is logisch dat als je dit doet of je lichaam schuinhoudt, je ook veel meer waterweerstand hebt. Dus je verbruikt veel meer lucht sowieso. Plus ook het feit dat als je schuin hangt je ook meer met je vinnen op de bodem het stof doen opwaaien.  

 

Nee, en dat willen we niet?  

 

Nee, dat is natuurlijk niet goed. Absoluut niet, want de zichtbaarheid van het water gaat achteruit natuurlijk. Dus belangrijk is dat je horizontaal hangt. Dat is puntje één. Als je dat gedaan hebt komen we bij ons tweede puntje terecht, dat is namelijk de loodverdeling. Dus heel veel duikers hebben te veel lood mee. Het gevolg: lood zit meestal aan het midden van je lichaam, dus dat trekt je een beetje naar beneden eigenlijk. Dus te veel lood wil zeggen... En dan kom je toch nog in die schuine positie terecht, dat eigenlijk niet goed is, hè? Dus loodverdeling... En het is allemaal één pot nat een beetje, hè? Het ene hangt nauw samen met het ander. Dus een horizontale positie heeft dikwijls te maken met lood te weinig of te veel.  

 

Je zegt: lood te weinig of te veel, maar ook de positie van lood kan helpen.  

 

Inderdaad, waar je ook het lood positioneert. Hang je het lood aan de voeten, bij wijze van spreken, dan ga je sowieso zo doen. Hang je het aan het hoofd, dan ga je zo doen. Dus je moet ergens zoeken naar de juiste plaats aan het lichaam om het lood te bevestigen.  

 

Maar vandaar dat er ook trimvesten zijn waaraan je zakjes hebt met van die harnassen om het wat beter te kunnen verdelen?  

 

Er zijn veel attributen op de markt eigenlijk die het toelaten om het lood op verschillende plaatsen te verdelen eigenlijk. Dus ook op de fles van achter bijvoorbeeld, of in de pockets, of aparte loodharnassen, zoals we ze noemen. Dus dat is wel een functie van die verdeling van het lood eigenlijk.  

 

Maar je zegt daar fles, uiteindelijk is die fles ook een enorm gewicht. Ook daar zal het belangrijk zijn om die goed te hangen.  

 

Inderdaad, de positie van je fles; meer naar voren of meer naar achteren, dat bepaalt allemaal dus hoe je in het water uitgetrimd bent eigenlijk.  

 

Oké, maar je trim is goed. Je hangt nu horizontaal. Maar dan nog zien we mensen op en neer gaan.  

 

Dan komen we bij ons derde puntje. Inderdaad, dat is dus ademhaling. Iets waar weinig mensen over nadenken, want ademen dat doet iedereen boven water. Dus je ademt zonder nadenken in en uit. Onder water is dat natuurlijk een ander verhaal. Want wat gebeurt er als je inademt? Dan stijg je. Wat gebeurt er als je uitademt? Dan daal je. Dat zijn gewoon de wetten van de fysica. Dus iemand die continu in- en uitademt, die gaat eigenlijk een op- en neergaande beweging maken. Dus de truc is om ergens een adempatroon te zoeken, zodanig dat je die op- en neergaande beweging niet meer maakt. En wat wij meestal onze cursisten aanleren is dus een uittrimmen, dus een neutraal drijfvermogen zoeken met volle longen. Dus dat wil zeggen dat als je longen vol zijn, dat je dan niet meer kan stijgen. Je longen zijn sowieso vol. Als je moet ademen; wat moet je dan doen? Dan moet je heel snel uitademen en heel snel weer inademen, zodat je in die neutrale positie terechtkomt.  

 

Je zegt: "heel snel". Dan maak je gebruik van die vertraging die je onder water hebt met het stijgen en dalen?  

 

Inderdaad, veel mensen beseffen het niet, maar dat zijn ook wel fysica natuurlijk. Dus de zuurstofdruk onder water is groter dan aan het oppervlakte. Het gevolg is dat je per ademteug langer kunt... Tussen de ademteugen kan je langer wachten dan boven water. Mensen die ooit de kans hebben om in een decompressietank te gaan... Dan wordt dat effectief gesimuleerd, en gaan we een simulatie doen van 30 meter bijvoorbeeld. En dan doen ze soms de test van je adem in te houden. Sommigen slagen erin hun adem 5-6 minuten in te houden. Dus zeer verbazingwekkend eigenlijk.  

 

Dat is indrukwekkend, hè?  

 

Ja, dat heeft dus te maken met die verhoogde perszuurstofdruk eigenlijk. En dat idee dachten we dan onder water toe te passen. Dat wordt echt aangeleerd met tijd, enzovoorts... Maar je moet je adempatroon leren aanpassen, dus je mag nooit het zelfde adempatroon onder water als aan de oppervlakte. Dat mag je niet doen.  

 

Het is één ding om er theoretisch over te vertellen, zoals we hier vandaag doen, maar in de praktijk is het vooral oefenen.  

 

Ja, het is inderdaad niet zo simpel. Het is heel snel uit te leggen, maar... De bedoeling is dat je er inderdaad een cursus voor volgt. Wij hebben daar een speciale cursus voor. Dat noem je dus de Peak Performance Buoyancy Course. Dus eigenlijk het perfect leren uittrimmen. Dat moet een bewustwording zijn, dat moet een routine worden. En na een tijd adem je totaal anders onder water dan boven water. En dat is dus de reden waarom ervaren duikers mooi horizontaal hangen en bijna niet bewegen. En minder ervaren duikers, die gaan...  

 

Op en neer?  

 

 

Op en neer, inderdaad ja.  

 

Oké Johan, dank je wel voor deze tips.  

 

Graag gedaan.  

 

En u beste kijker: bedankt voor het kijken, en alweer tot volgende week.

Nieuwsbrief


Ontdek de nieuwsbrief