Decompressie ongevallen... Wat? Hoe reageren? Hoe voorkomen?



Vind je deze video leuk? Klik hiernaast. Dank je ;-)
Sponsored by

Decompressieongevallen zijn één van de meest voorkomende duikongevallen. Duikarts Catherine De Maeyer legt uit hoe een decompressieongeval ontstaat, wat de symptomen zijn en hoe ze behandeld worden. Maar misschien nog belangrijker: wat je als duiker zelf kan doen.


03-12-2015 -  by Kevin Van der Straeten

Comments

Meld je hier aan om te reageren 





Transcript

Decompressieongevallen zijn één van de meest voorkomende duikongevallen. Duikarts Catherine De Maeyer legt uit hoe een decompressieongeval ontstaat, wat de symptomen zijn en hoe ze behandeld worden. Maar misschien nog belangrijker: wat je als duiker zelf kan doen.

 

Dag Catherine, welkom in onze studio.  

 

Hallo Kevin.  

 

We gaan het vandaag hebben over een decompressieongeval. Maar wat is dat precies?  

 

Een decompressieongeval is eigenlijk één van belangrijke ongevallen waarmee een duiker geconfronteerd kan worden. En die decompressieongevallen worden eigenlijk veroorzaakt door stikstofbelletjes Stikstof die eigenlijk het grootste deel van de lucht die we inademen uitmaakt; bijna 80% van de lucht die we ademen bestaat uit stikstof en dat is het verantwoordelijke gas voor de decompressieongevallen. Die stikstof zal eigenlijk kleine belletjes geven of maken in het bloed. Die belletjes kunnen naar een orgaan gaan; bijvoorbeeld naar het binnenoor of naar de huid of naar gewrichten of het ruggenmerg en die kunnen daar dan problemen geven. Afhankelijk van waar het belletje terechtkomt zal er een ander klachtenbeeld of symptomenbeeld ontstaan.  

 

Maar hoe komt die stikstof daar terecht?  

 

Nou, dat is een goede vraag inderdaad. Stikstof zit in de lucht. We ademen lucht uiteraard, en in die lucht zit er een stukje zuurstof, zit er een stukje andere gassen maar zit er vooral heel veel stikstof. Als we op diepte gaan als we beginnen te duiken, zal de omgevingsdruk toenemen, zal ook de druk van het mengsel van het gas dat we inademen toenemen. We gaan die stikstof dus inademen, ons lichaam gaat die opnemen; het krijgt zin om meer van die stikstof op te nemen omdat er meer aangeboden wordt. En dus gaat die stikstof zich verspreiden in het bloed en de weefsels. Hoe langer dat je duikt, hoe dieper dat je duikt, hoe meer van die stikstof dat je opneemt. Natuurlijk: als je de duikt beëindigt, dan ga je naar een omgeving waar minder omgevingsdruk is of een lagere omgevingsdruk is. De gasdruk zal dalen. Minder stikstof zal aangeboden worden en je krijgt een omgekeerde gradiënt: de stikstof moet uit het lichaam gaan.  

 

Dat is ook de reden waarom we dan traag stijgen, in stappen stijgen, en...  

 

Klopt, waarom je traag stijgt, waarom je soms een aantal minuten trap moet maken; om te ontgassen. Om te zorgen dat die stikstof toch goed naar buiten geademd wordt. Maar bij elke duik zijn er eigenlijk kleine fracties, kleine microbelletjes stikstof die ontstaan in de bloedbaan. En als je normaal stijgt met een normale stijgsnelheid, als je de trappen maakt zoals het moet, dan verdwijnen die gewoon en heb je daar geen last van. Maar als je bijvoorbeeld te snel snijgt, dan geef je het lichaam niet genoeg tijd om te ontgassen, dan zullen die belletjes wat groter worden en dan kunnen die wel voor problemen zorgen. Dus het is eigenlijk de stikstof die verantwoordelijk is voor de problemen bij een decompressieongeval.  

 

Wat kunnen dan die problemen concreet zijn?  

 

Het hangt ervan af waar de stikstofbel zich vastzet. Bijvoorbeeld: de meest lichte vorm van decompressie is een heel uitgesproken vermoeidheid. Iedereen is wel wat vermoeid na een duik, maar na een duik met teveel stikstofbelasting ben je echt heel moe. Dan heb je je duikmateriaal weggestopt en dan krijg je een slaapaanval, of heb je gewoon niet eens de tijd om iets te gaan drinken. Dan val je gewoon in slaap. Dat is een lichte vorm. Een volgende vorm is eigenlijk de schapen en vlooien, zoals we zeggen. Dat zijn eigenlijk de huidletsels. Dat zijn dus marbreringen op de huid. Bij de dames dikwijls op de buik, bij de mannen vaak op de rug. Ook vaak op de billen. Plaatsen waar je wel redelijk wat vetweefsel onder de huid ziet. En die bellen zetten zich eigenlijk in de bloedvaatjes onder de huid en die geven een uitzicht alsof je in de netels gevallen bent, vaak.  

 

Vandaar de vlooien.  

 

De vlooien, schapen eigenlijk, en de vlooien zijn eigenlijk hele kleine fijne letseltjes. Het jeukt enorm en zwelt ook wat. Het is niet heel schadelijk maar wel vervelend. En dan heb je wel de zwaardere decompressie- ongevallen; bijvoorbeeld verlammingen. Verlammingen van de benen, van de armen.  Soms is ook een bel in het binnenoor geraakt. In het binnenoor zit zowel het evenwichtsorgaan als het gehoororgaan. Als daar een belletje vastzit kan je heel erg zeeziek zijn, terwijl je misschien aan land staat, of kan je gehoorverlies hebben. Dat zijn allemaal mogelijke beelden. Nog één decompressieongeval die ik nog niet heb aangehaald is een stikstofbel die zich vastzet in het gewricht. Bijvoorbeeld klassiek in de schouder, of in de heupen of de knieën. Dat noemen we 'the bends'. Dat is eigenlijk een stikstofbel die daar lokaal is ontstaan, en die heel erge pijn in het gewricht kan geven. Een hele diepe, doffe pijn. Het gaat ook vanzelf over, maar elk decompressieongeval, elke stikstofbel die ergens gezeten heeft, geeft ook wel beschadiging van het weefsel, dus dat moet je in het achterhoofd houden.  

 

Is het zo dat als je de trappen volgt dat je dan altijd veilig bent? Of kan je dan nog altijd te maken krijgen met een decompressieongeval?  

 

Ja, die trappen hebben natuurlijk hun belang, maar er zijn ook wat we noemen een soort 'onverdiende decompressieongevallen'. Decompressieongevallen waarbij je zegt: "ik heb eigenlijk alles gedaan wat mijn computer heeft gezegd". Er zijn wel meer risicofactoren dan alleen maar duikdiepte, duikduur en de tijd dat je moet ontgassen. Bijvoorbeeld: als je uitgedroogd aan een duik begint.  Als je bijvoorbeeld op een vakantie in het zuiden turista hebt opgelopen. Heel de nacht op het toilet gezeten. Dus dan ben je uitgedroogd, en als je dan aan de duik begint, heb je eigenlijk te weinig circulerend vocht, en zal je gemakkelijker die bellen hebben die ontstaan en die zich vastzetten in weefsel. Dus uitdroging is een belangrijke factor. Maar die uitdroging is bijvoorbeeld ook belangrijk als je in de warmte zit; je zweet meer, dus je hoeft daarom geen maag-darmontsteking te hebben, maar gewoon het veel zweten maakt al dat je meer 'at risk' bent. Dus op vakantie als het warm is altijd genoeg drinken. Vermoeidheid is ook een risicofactor. Als je net 12 uur hebt gevlogen, moet je misschien niet in het hotel aankomen en direct onder water duiken. Dus dat is een belangrijke risicofactor. En er is een aandoening, die noemt men patent foramen ovale; een klein gaatje in het tussenschot tussen de twee voorkamers in het hart, dat ook kan meespelen bij een aantal onverdiende decompressieongevallen. Maar het is alleen dan alleen maar diepte en duur; dehydratie of uitdroging is ook belangrijk.  

 

Is het ook zo dat het van persoon tot persoon afhangt? Dat de ene persoon er meer vatbaar voor is dan de andere?  

 

Dat klopt. We weten nu nog zeker niet alles van duikgeneeskunde, en we merken dat sommige mensen gevoeliger zijn voor stikstofbellen. Voor de vorming van stikstof bellen, maar ook voor het vastzetten van de stikstofbellen. Dus we vermoeden dat het endotheel; dat is de binnenbekleding van de bloedvaten, dat dat endotheel bij sommige mensen anders reageert op stikstofbelletjes dan bij anderen. En dus hebben sommige mensen nooit decompressieongevallen, terwijl andere mensen 10 duiken doen en het al zitten hebben. Dus het is ook wel wat individueel.  

 

Nu, je komt boven. Je voelt: "ik heb het zitten". Wat moet er dan gebeuren?  

 

Het belangrijkste in de behandeling van een decompressieongeval is natuurlijk het herkennen van de symptomen. En daar zien we toch dat veel duikers de symptomen, de klachten die ze allemaal in het tekstboek hebben geleerd, dat ze die, als het ze zelf overkomt, dat ze die klachten vaak niet herkennen. En de klachten van een decompressieongeval zullen zeer zelden ontstaan als je net het hoofd boven water steekt, maar gaan zo het eerste half uur, het eerste uur, na de duik ontstaan. Bij sommige mensen tot 6 uur na de duik, maar dat eerste uur is eigenlijk kritiek. Je moet het dus eerst herkennen. Er zijn veel duikers die zeggen: "mwah, dat zal wel overgaan". Dus ontkenning is het eerste symptoom eigenlijk van een decompressieongeval. Als je het dan herkent of als je buddy het herkend heeft - want die zijn meestal iets objectiever - dan is het belangrijk dat je zo snel mogelijk zuurstof ademt, 100% zuurstof, daarom is het ook verstandig als je met twee gaat duiken of als je met een groep gaat duiken, dat je altijd zuurstof bijhebt met een aangepast masker, en zodanig dat je dus eigenlijk voldoende zuurstof geeft. Het tweede ding is dat je ook laat drinken, als de persoon nog in staat is om te drinken, wat meestal wel het geval is. En dan is het heel belangrijk dat je naar een centrum gaat met een hyperbare eenheid of een caisson. Dus een drukkamer, zodat eigenlijk de symptomen weggenomen kunnen worden. Die zuurstof is heel belangrijk. Waarom? Omdat je eigenlijk gaat zorgen dat de weefsels die... Die eigenlijk niet genoeg voedselvoorziening en zuurstofvoorziening hebben door die blockage, dat die toch nog zoveel mogelijk zuurstof krijgen en zo min mogelijk beschadigd worden, en daarbij ga je ook zorgen dat, door in die ingeademde lucht enkel zuurstof te zetten en geen stikstof, dat je stikstof nog verder uit het lichaam kan trekken. Dus die caisson is uiteindelijk hetgeen... De zuurstoftank of de hyperbare zuurstofbehandeling is uiteindelijk hetgeen dat gaat zorgen dat de belletjes kleiner worden, waardoor je terug onder druk kan gaan en dat je die dan gemakkelijker kan afademen. Dus dat zijn eigenlijk de belangrijkste componenten: 100% zuurstof, laten drinken en dan naar een caisson gaan of laten afvoeren.  

 

Sommige duikers durven wel eens te beweren: terug onder druk betekent terug naar beneden gaan. Is dat een goed idee?  

 

Dat wordt nog altijd vermeld in de boeken. Maar eigenlijk is dat toch wel redelijk obsoleet tegenwoordig. Het probleem is dat een decompressie- ongeval ook wel kan evolueren. Het kan beginnen met je bijvoorbeeld niet goed voelen of wat moe zijn, maar het kan evolueren naar bijvoorbeeld een verlamming van één of twee benen, en als je dat onder water hebt, dat is niet zo goed. Dus eigenlijk het herdrukken: allez, maar als het echt niet anders kan, en dan rekening houdend met de voorschriften, dus de duur en de diepte. Zeker nooit alleen, maar eigenlijk raden we het sterk af. En echt: 100% zuurstof en naar een caisson.  

 

Catherine, dank je wel voor je komst naar de studio.  

 

Graag gedaan.  

 

En u, beste kijker: bedankt voor het kijken en alweer tot volgende keer!

Nieuwsbrief


Ontdek de nieuwsbrief